Leipe Ier in de schaduw van Satchmo

 

RODDY DOYLE DE MAN ACHTER LOUIS

 

Door GEURT FRANZEN

Henry Smart is er niet slimmer op geworden. Het personage in Roddy Doyle’s roman De ster Henry Smart (1999) is geprolongeerd als hoofdpersoon in De man achter Louis. In het eerste deel van de beoogde trilogie had de jonge Ierse revolutionair niet door dat vrijheidsstrijders na een omwenteling op nagenoeg dezelfde wijze als hun vermaledijde voorgangers de macht uitoefenen. In het nu verschenen deel twee probeert Henry, na de Ierse onafhankelijkheidsstrijd gevlucht naar de VS, te overleven in New York en Chicago. Als een kleine flessentrekker denkt hij zich staande te kunnen houden tussen de Al Capone’s van de jaren twintig. Natuurlijk is hij daar net niet slim genoeg voor. Zoals hij er ook niet in slaagt zijn Ierse achtervolgers, die nog een appeltje met hem te schillen hebben, van zich af te schudden.

Doyle’s nieuwe roman is zo mogelijk Doyleriaanser dan de vorige. In die zin dat hij wederom grossiert in ultrakorte zinnen, verpakt in nagenoeg uitgeklede dialogen. Dat hij zijn lezer gul trakteert op sprongetjes in de tijd, meestal toegepast in de vorm van een korte vooruitwijzing waarin de essentie van een gebeurtenis wordt verklapt, waarna enkele alinea’s later het voorval alsnog gedetailleerd wordt gepresenteerd. Het is een literair trucje dat garant staat voor afwisseling. Maar als het te vaak wordt toegepast, tast het een lekker leesritme aan.

De man achter Louis laat zich lezen als een zelfstandige roman. Met enige regelmaat wordt er wel verwezen naar deel een, maar Doyle laat zijn lezer niet op de tast ronddolen. Een enkele zin blijkt vaak voldoende om de lezer die nog geen kennis had gemaakt met Henry bij te praten.

Veel keert terug, soms ook subtiel. Het gedoe met naamgeving bijvoorbeeld. In deel een vertikt Henry’s moeder het om haar zoon bij zijn naam te noemen; bij Henry’s doop was er al geharrewar omdat vader en moeder het niet eens konden worden over de naam. In de nieuwe roman krijgt Henry een zoon en ook diens naamgeving zorgt  voor hoofdbrekens. Vrouwen die hij ontmoet – de knappe blauwogige emigrant ligt zelden alleen onder de lakens – kent hij zelden bij naam of noemt hij constant de halfzuster van die en die. En ook het houten been keert terug. De eenbenige Henry aan het eind van deel twee, lijkt als twee druppels water op de man die zijn vader was en met zíjn houten been dood en verderf zaaide in het café.

De Louis in de titel is niemand minder dan Louis Armstrong, de jazzlegende van de vorige eeuw. Ergens in de jaren twintig loopt Henry Smart de trompetkunstenaar tegen het lijf en wordt zo’n beetje diens rechterhand. Maar wat we daar nou mee moeten? Doyle heeft zich goed gedocumenteerd, dat staat vast. De Satchmo die hij ons voorstelt is de ware, daar kan geen twijfel over bestaan. Het is de zwarte muzikant die in de jaren twintig een iets groter potje kan breken dan zijn rasgenoten, allemaal dankzij zijn goddelijke talent. De blanke tolereert hem. Zou hem ook graag exploiteren, maar Armstrong heeft geen trek in een nieuw slavendom. Hij moet marchanderen met de maffia om niet in ongenade te vallen, heeft het een en ander te stellen met zijn vrouwen en vriendinnen en verliest zich op tijd met graagte in de roes van marihuana. Een levende Armstrong in een boek vol fictie. En wat heeft Henry Smart in godsnaam te zoeken in de schaduw van die grote trompettist? Het verbond tussen de leipe Ier en de zwarte muzikant levert beiden niet zoveel op. Armstrong nog het meest: “Jij bent mijn blanke huid, O’Pops. Met jou naast me regel ik mijn zaakjes zelf.”Maar Smart, waar inmiddels al verschillende partijen naar op zoek zijn, loopt in de clubs waar Satchmo optreedt, alleen maar meer in de gaten. Het breekt hem uiteindelijk op.  

Aan het eind van deze schelmenroman nemen we afscheid van een oude man met een houten been. Amper vijftig jaar en uitgeblust. Een leven lang op de vlucht, vrouw en kinderen zwerven zonder hem door Amerika en Ierland is heel ver weg. Tot nu toe is het leven van Henry Smart dat van een mislukkeling. Hij was niet meer dan een sterretje hoog aan de hemel en is niet meer geworden. Eens zien of deel drie daar verandering in brengt.

Roddy Doyle, De man achter Louis, vertaling Miebeth van Horn en Maxim de Winter, Nijgh & Van Ditmar, 448 blz, 19,95 (deel 1, De ster Henry Smart is opnieuw uitgegeven en kost 12,50).

(De Gelderlander, 16 juni 2005)


 

Henry Smart, een domme held

 

RODDY DOYLE DE STER HENRY SMART

 

Door GEURT FRANZEN

Henry Smart staat voor de goedgelovige, trouwe mens die zich onbewust laat misbruiken door de machtswellustelingen om hem heen. De universele soldaat die gehoorzaamt. Die als hem gevraagd wordt of hij enig gewetensbezwaar heeft tegen het benemen van leven, antwoordt dat hij alleen dieren en kinderen niet zal doden. Henry Smart is niet smart, hij is dom.

Roddy Doyle heeft van naamgeving en identiteit een belangrijk thema gemaakt in zijn nieuwe roman, De ster Henry Smart. Heb je een eigen identiteit als je moeder weigert je bij je naam te noemen, omdat je overleden oudere broertje zo heette en voor haar nog steeds verder leeft als ster aan de nachtelijke hemel? Heb je een eigen identiteit als je naar je vader heet en naar je vader, een goedkope huurmoordenaar, aart? Heb je een identiteit als je gezocht wordt door de politie en je bijkans om de andere dag van een andere naam moet voorzien om te ontkomen aan verklikkers en stille rechercheurs?

Roddy Doyle, bekend geworden door hilarische bestsellers als The Committments en Paddy Clarke ha ha ha, laat zich in zijn nieuwe roman van een serieuzere kant zien. Het is het eerste deel van een serie van drie of vier over het Ierland van de twintigste eeuw. In De ster Henry Smart werpt hij zijn licht op de jaren tien en twintig, waarin Ierland zich op bloedige wijze losweekte van het Britse koninkrijk.

Henry Smart is het personage dat deelneemt aan de omwenteling, maar ook Doyle’s protagonist die alles observeert en weergeeft. Henry leeft vanaf zijn derde levensjaar op straat. Zijn vader, portier van een hoerenkast die in opdracht mensen uit de weg ruimt, verdwijnt op een dag uit zijn leven en zijn moeder raakt volledig in de war. Samen met zijn jongere broertje probeert Henry te overleven in de sloppen van Dublin. Een harde leerschool, waar hij later, als hij betrokken raakt bij de strijd voor een republikeins Ierland, de vruchten van plukt. Henry wordt, in de voetsporen van zijn vader, een geducht moordenaar, zij het aan de ‘goede kant’ en dus een held. Spionnen van het Britse leger, politiedienders en verraders worden vakkundig koud gemaakt. Een briefje met een naam volstaat, een dag later ligt het lijk in een doodlopend steegje met een kartonnen bordje om zijn nek, met als opschrift: ‘Gedood als verrader en spion. De IRA’.

Er kleeft heel wat bloed aan Henry Smarts handen als op 6 december 1921 de wapenstilstand met het Verenigd Koninkrijk wordt getekend. En het duurt daarna nog even voordat Henry doorheeft dat hij al die tijd voor idealen heeft gevochten waar zijn maten veel genuanceerder over dachten. Zij wilden enkel verlost raken van het Engelse juk, en vervolgens het werk van de oude machthebbers op dezelfde voet voortzetten. En simpele Henry maar denken dat de verheffing van het volk het uiteindelijke doel zou zijn.

De ster Henry Smart is een krachtige, meeslepende roman. Doyle’s bekende stijl – helder, realistisch en onopgesmukt, aan de straat ontleende dialogen ­– vormt ook in deze roman het aandrijfmechanisme: lezen gaat vanzelf. Doyle heeft zich uitstekend gedocumenteerd over de Ierse vrijheidsstrijd. Zijn beschrijving van de Paasopstand van 1916, toen de stadsguerrilla een week lang het centrum van Dublin in handen had, is van een adembenemende, bloedstollende werkelijkheid. Vooral omdat Doyle zich niet beperkt tot ongenuanceerd heldendom; de krakkemikkigheid waarmee de opstandelingen hun verzet organiseren, de blunders die gemaakt worden, de onnodige slachtoffers die vallen, dat alles wordt niet weggemoffeld, maar eerlijk aan de kaak gesteld.

Het vuil en het roet spat van de bladzijden waarop Doyle het leven in de straten van Dublin rond de eeuwwisseling beschrijft. De verweesde straatschoffies die een penny verdienen door ratten te vangen, in hun dagelijkse strijd om te overleven, in hun wedrace tegen de tering. De hoerenkasten waar soldaten en zeelui zich voor de deuren verdringen, en waar Henry’s vader met zijn houten been in de hand de orde bewaart. De grauwe haven, waar armoedzaaiers zich dagelijks melden in de hoop dat hun naam wordt afgeroepen door de stuwadoor, dat ze tegen een grijpstuiver een daglang in een bedompt scheepsruim fosfor of kolen mogen versjouwen, in de wetenschap dat diezelfde stuwadoor ondertussen thuis hun vrouwen naait.

Doyle’s realistische portret van Dublin is het meest krachtige onderdeel van zijn roman. Het fictieve deel van de roman steekt daar toch wat mager bij af. Doyle kent Henry Smart senior en junior ongeloofwaardige krachten toe. De scène waarin de eenbenige Smart senior een horde politieagenten weet te ontvluchten, met twee kinderen op zijn schouder, is zo irreëel dat het onbedoeld op de lachspieren werkt. Hetzelfde geldt voor junior, die keer op keer aan politiekogels weer te ontkomen door een riool in te duiken, en wiens blauwe ogen elke vrouw het bed in dwingen. Maar misschien heeft hij gewoon meer geluk dan anderen; het geluk is immers met de dommen.

Roddy Doyle, De ster Henry Smart, Nijgh & Van Ditmar, 357 blz., f39,90.

 

(De Gelderlander, 21 oktober 1999)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Roddy Doyle

 De man achter Louis


Roddy Doyle

 De ster Henry Smart


Roddy Doyle