|
De tandenborstel van dr. Kinsey
t.c. boyle de ingewijden
Door GEURT FRANZEN In de pisbuis van dr. Kinsey past een tandenborstel. Jarenlange oefeningen gingen daaraan vooraf. Gedisciplineerd uitgevoerde handelingen, bedoeld om de climax van de zelfhulp te rekken, om tot een implosie te komen met de kracht van de oerknal. En allemaal voor de wetenschap. Want deze dokter is die van het beruchte Kinsey-seksrapport, dat in 1947 in Amerika meer opschudding veroorzaakte dan de aanval op Pearl Harbor. Kinsey’s spelletje met de tandenborstel is een van de vele klinische seksscènes uit De ingewijden, T.C. Boyle’s nieuwe roman. Een bijzondere roman, niet vanwege de seks, maar omdat Boyle zo’n keihard, genadeloos portret tekent van de beroemde wetenschapper die als eerste de menselijke seksualiteit in kaart bracht. De Alfred Kinsey in De ingewijden is zo berekenend, emotieloos, manipulatief en obsessief dat hij bijna een karikatuur wordt. Nog opmerkelijker, en tevens het meest verdienstelijke aspect van deze roman, is de sfeer van het wetenschappelijke kringetje rondom Kinsey. Diens naaste medewerkers zijn geen zelfdenkende, erudiete wetenschappers, maar slaven, monddode discipelen van een seksgoeroe, leden van een kleine sektarische gemeenschap waarin eigen taal en mores het bindmiddel vormen en waaruit een nooduitgang ontbreekt. John Milk is Kinsey’s medewerker van het eerste uur. Een sympathiek, maar labiel personage. Als Kinsey met zijn grootschalige enquête begint, in 1939, studeert John af en wordt hij door Kinsey gerecruteerd. Al gauw struint de wat bleue jongeman samen met de professor door het land. Met vragenlijsten onder de arm, van studentenzaal naar café, van hoerenkast naar gevangenis, mannen en vrouwen ertoe bewegend om hun seksuele ervaringen in kruisjes te laten vastleggen in de matrix van de onderzoeker. Vragen beantwoordend als: “Hoe oud was u toen u voor het eerst de onbedekte geslachtsdelen van anderen zag?” Maar ook: “Bent u links- of rechtshandig?” Er gaapt een grote kloof tussen Johns werk en zijn privéleven. Thuis is seks ver te zoeken. Hij hunkert naar de fysieke bestendiging van zijn relatie met de mooie Iris, maar zolang een huwelijk ver weg lijkt, is dat niet aan de orde. Dr. Kinsey maakt daar handig gebruik van. Niet alleen noodt hij de jongeman uit in zijn bed, tijdens de lange motelnachten, ook laat hij zijn vrouw John inwijden in de edele kunst van het liefdesspel. Tegen de tijd dat Johns verloofde Iris zover is, ziet Johns eigen vragenlijst al zwart van de kruisjes. Dat is niet het ergste. Kwalijker is dat Kinsey door zijn manipulaties John inmiddels volledig in zijn macht heeft. De prof bepaalt – allemaal voor de wetenschap! - met wie John slaapt, wanneer hij kan trouwen, wat voor een huis hij kan kopen en wanneer er een kind moet komen. Zelfs verordonneert hij dat Iris – ook voor de wetenschap! – zich beschikbaar moet stellen voor hem en andere collega’s. De ingewijden is een wat kale, lineaire vertelling. Vorm en taal zijn niet bijster origineel. Het verhaal staat centraal en de scènes ogen wat overdreven. Maar misschien is dat wel nodig om het contrast tussen pure lichamelijke oerdrift, de seks, en diepe emotie, de liefde, te benadrukken. Want daar is het Boyle om te doen: John en Iris, twee mensen die zielsveel van elkaar houden, worden gemangeld door de als zo zuiver voorgestelde wetenschapsdwang van Kinsey. John moet niet zo jaloers zijn, zegt Kinsey, nadat Iris door de prof in de armen van een ander is gedreven. “Maar ik hou van haar!” roept John ten einde raad uit. Ja hallo zeg, daar kan een wetenschapper niets mee! T.C. Boyle, De ingewijden, Uitgeverij Ambo, vert. Gerda Baardman en Tjadine Stheeman, 387 blz, 22,95 (De Gelderlander, 11 november 2004)
|
T.C. Boyle De ingewijden Fragment
T.C. Boyle Foto: Pablo Campoz
Alfred Kinsey |