|
Op scalpenjacht in de Vlaamse loopgraven
JOSEPH BOYDEN, DRIEDAAGSE REIS
Door GEURT FRANZEN Een enkele soldaat in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog droeg geen laarzen, maar mocassins. Tussen de vele verhalen over de bloedige Grote Oorlog ontbrak er één: dat over de indiaanse soldaat. Zo’n vierduizend Canadezen van indiaanse afkomst meldden zich tussen 1914 en 1918 vrijwillig om zij aan zij met de vroegere kolonisten heldendom te verwerven op het slagveld. Het ging ze goed af. Hun jachtinstinct en speurdersbloed bleken eigenschappen die in de Vlaamse loopgraven uitstekend van pas kwamen. Niet dat ze met hun kruidenzakjes om de hals onsterfelijk waren: voor honderden van hen was het oude Europa het portaal naar de eeuwige jachtvelden. Het verhaal van de indiaanse soldaat staat nu voor eens en altijd geboekstaafd. De Canadese schrijver Joseph Boyden (1967) tekende ervoor. Zijn kloeke roman Driedaagse reis is weliswaar een werk van fictie, maar hij heeft zich zo goed gedocumenteerd en de geschiedenis zo geloofwaardig beschreven dat we zijn verdichting gerust werkelijkheidsgetrouw mogen noemen. De loopgravenoorlog was een hel op aarde. Dat wisten we allang. Van de talloze getuigenverslagen, van poëzie die op de slagvelden geschreven is, van romans als Van het westelijk front geen nieuws (Remarque). Boyden brengt wat dat betreft geen nieuws. Zijn weergave van het leven in de loopgraven is gedetailleerd en dus bloederig van begin tot eind. Goed beschouwd is het te veel van hetzelfde. Zelfs de gruwelijkheid in het kwadraat gaat vervelen. Gelukkig zijn daar Xavier en Eliah, de twee indiaanse vrienden waaromheen Boyden zijn verhaal heeft gesponnen. De één, Xavier, is het rustige type. Bedaard en beschouwend genoeg om als verteller van de geschiedenis te fungeren. De ander, Eliah, is een wildebras, een onbezonnen avonturier. Het is dit personage waar de waanzin van de oorlog zich in weerspiegelt. Eliah raakt niet alleen verslaafd aan de morfine, hij raakt ook verslaafd aan het doden. De indiaanse jagers zijn scherpschutters. Speuren in het niemandsland tussen de loopgraven naar wild. Elke Duitse helm die boven het maaiveld uitsteekt, schieten zij met een zuiver schot lek. Uiteindelijk staan er meer dan driehonderd sneden gekerfd in de kolf van Eliah’s geweer. Hij is de bloeddorstigheid zelve. En als de gekte hem helemaal beheerst, gaat hij over op een gruwelijk ritueel: hij scalpeert zijn slachtoffers en draagt de scalpen in zijn ransel mee als lugubere oorlogsbuit. Gelukkig heeft Boyden zijn verhaal diepte gegeven door er het verhaal doorheen te weven van de oude Niska. Het is een squaw die de jongens heeft opgevoed en Xavier, die als enige terugkeert in Canada, weer opvangt. Flarden van haar leven, van de tijd waarin zij de jongens grootbracht, doorbreken de lineaire vertelling uit de loopgraven en vormen zo een welkome afwisseling. Boydens roman verwordt zo tot een verhaal dat meer is dan een verslag uit de hel en van de bijzondere rol van de indianen in de loopgraven. Het is ook een roman van vriendschap en solidariteit geworden, waarin de onverwachte ontknoping, ook al hangt die vanaf de eerste bladzijde al in de lucht, een vreselijke maar zinderende apotheose vormt.
Nog zo’n aangrijpende verbeelding van de loopgravenoorlog is Frontberichten van Edlef Köppen. Het verscheen oorspronkelijk in 1930, maar werd door de nazi’s verboden. Het oorlogsverslag van de student Adolf Reisiger is onlangs herontdekt en opnieuw uitgegeven. Met grote zeggingskracht en in een impressionistische stijl beschrijft Köppen de wederwaardigheden van een student die zich als oorlogsvrijwilliger heeft gemeld. Aanvankelijk euforisch en enthousiast stort hij zich vol vaderlandsliefde in de strijd. Om snel te ondervinden dat hij en zijn kameraden kanonnenvlees zijn en dat de oorlog een grote verspilling van levens is. Tussen vuurwals en trommelvuur probeert de jongeman te overleven. Het einde van de oorlog haalt hij. Als een ‘arme, gekke luitenant’ die apathisch naar de muur staart in een bed op de zenuwafdeling van een militair lazaret. Joseph Boyden, Driedaagse reis, vertaling José Rijnaarts, De Bezige Bij, 453 blz, 19,90 Edlef Köppen, Frontberichten, vertaling Evelien van Leeuwen en Gerda Meijerink, Ambo, 331 blz, 22,95
.
|
Joseph Boyden Driedaagse reis
Joseph Boyden
Edlef Köppen Frontberichten |