Wennen aan wachtlijsten in Canada

 

david bezmozgis, natasja
 

Door GEURT FRANZEN

Het is net alsof er een aantal verhalen missen in de bundel Natasja van David Bezmozgis. De eerste verhalen hebben een chronologische volgorde en een thematisch verband, beschrijven hoe hij een Lets jongetje kennismaakt met zijn nieuwe vaderland Canada. Vervolgens maakt Bezmozgis een sprong in de tijd en laat hij de inmiddels oudere jongen vertellen over de wederwaardigheden van zijn eveneens geëmigreerde opa en oma. Die structuurbreuk doet afbreuk aan een overigens keurig debuut. En naar de op de achterflap beloofde humor en ironie moet je goed zoeken. 

De verhalen in Natasja blijven, op zichzelf beschouwd, toch de moeite waard. Al was het maar omdat de verhalen zo eerlijk getuigen van de cultuurschok die een joodse jongen ondergaat die van Letland, nog onder het juk van het communisme, naar Canada verhuist. Dat is de charme van immigrantenliteratuur en Bezmozgis deint mee op een golf van jonge schrijvers die met veel succes een frisse kijk op hun nieuwe vaderland etaleren:  Nathan Englander, Aleksander Hemon, Jhumpa Lahiri.

Het joodse gezin waarover Bezmozgis schrijft, emigreert in 1980 van Letland naar Canada. De jonge Mark vertelt hoe hij en zijn vader en moeder met veel vallen en opstaan proberen te aarden in hun nieuwe vaderland. Canada is inderdaad de immense etalage vol producten waar in Letland alleen maar van gedroomd kon worden. Maar dat wil nog niet zeggen dat alles voor het grijpen ligt. In Letland wás de vader van Mark iemand, hij was de masseur van de olympische gewichthefploeg. Maar in hun nieuwe vaderland zit niemand op een masseur te wachten dus er zit voor de goede man niets anders op dan zich te melden in een chocoladerepenfabriek. In de avonduren probeert hij een praktijk op te zetten als masseur, maar een klantenkring opbouwen valt niet mee. En als er een appartement voor opa nodig is, ontdekken de nieuwe Canadezen dat er ook in hun nieuwe vaderland ellenlange wachtlijsten bestaan. Met één groot verschil, zegt moeder: in Letland wist je tenminste wie je moest omkopen.

De Natasja die naamgeefster van de verhalenbundel is geworden, komt er eigenlijk maar bekaaid vanaf. De enige taak die ze heeft, is die van de initiatie van de jonge Mark. Een taak die de Lolita, vers overgevlogen uit Rusland waar ze op 14-jarige leeftijd al een carrière als pornoster achter de rug heeft, met verve vervult. In de kelder van de flat waar Mark stiekem zijn stickies rookt, leert hij van haar dat “seks net zo nonchalant kon gaan als je tanden poetsen.” Natuurlijk wordt Mark direct verliefd op het meisje, maar daar zit ze niet op te wachten. Al snel trekt ze in bij Marks beste vriend, zodat er geen misverstand kan bestaan over haar bedoelingen.

Mooiste verhaal in de bundel is het laatste: Minjan. In een joods appartementencomplex lukt het steeds maar ternauwernood om tien joodse mannen bij elkaar te krijgen voor de wekelijkse dienst. Dus als er een appartement vrijkomt, ontstaat er een fikse strijd waarin de beheerder van het complex zich voor een groot dilemma gesteld ziet: de flat toewijzen aan vrijgevige lieden van de wachtlijst die hem met cadeaus overspoelen, of aan een door iedereen geweerde homoseksuele jood die geen sabbath overslaat. Een ontroerend verhaal met een positief eind. Even mooi als de omslag van het boek: een pareltje.

David Bezmozgis, Natasja, De Bezige Bij, vertl. Albert Witteveen, 156 blz, 17.50.

(De Gelderlander, 10 februari 2005)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


David Bezmozgis

 Natasja


Fragment


David Bezmozgis