|
sebastian barry een lange, lange weg
Een twijfelende Ierse soldaat in de Vlaamse modder
Door GEURT FRANZEN Het is al bijna een eeuw geleden dat een schot de Eerste Wereldoorlog inluidde. Maar de nagalm is nog niet verstomd. Nog steeds zijn er literatoren die zich met enige graagte in de loopgravenstrijd storten. De thematiek lijkt zich wel te verplaatsen. Nog steeds zijn de krachtigste romans die waarin het individu centraal staat, al ook verwordt die langzaam tot het cliché van een nauwelijks de puberteit ontstegen jongen die zonder veel besef van waar het om gaat tot aan zijn knieën in de Vlaamse modder staat. Over zijn hoofd scheren de kogels, rechts en links van hem spuit het bloed uit verminkte kameraden. De thematiek richt zich echter meer en meer op het allegaartje aan nationaliteiten dat zich voor God en Vaderland aan flarden liet schieten. Aan de geallieerde kant bijvoorbeeld vochten honderdduizenden soldaten uit alle hoeken en gaten van het Britse Gemenebest. Vorig jaar verscheen de indrukwekkende roman Driedaagse reis van Joseph Boyden waarin hij verhaalt over Noord-Amerikaanse indianen in de loopgraven. Onlangs verscheen Een lange, lange weg van de Ierse schrijver Sebastian Barry (1955). Zijn verhaal is dat van de Ierse soldaten die, onder Britse vlag, in Noord-Frankrijk en Vlaanderen bij bosjes het leven lieten. Het meest schrijnend was dat terwijl de Ieren zich voor de Engelse koning aan flarden lieten schieten, hun in het vaderland achtergebleven kameraden in naam van dezelfde koning werden doodgeschoten. Want Ierland was nog steeds geen onafhankelijke natie en toen de Eerste Wereldoorlog losbarstte, werd de roep om onafhankelijkheid in Ierland kracht bijgezet met wapens. Met het beruchte Paasoproer van 1916 als dieptepunt. Barry’s roman is geen heldhaftige avonturenroman. Zijn held is een antiheld. Maar wel een met het hart op de juiste plaats. Willie Dunne, zo heet de jongeman. Nog maar net achttien jaar als hij zich laat inlijven in een Iers bataljon dat naar de loopgraven in Vlaanderen wordt gestuurd. Hij komt uit Dublin en is de zoon van een politiecommandant. Een gezagsgetrouwe jongen dus. Al heeft hij zo zijn twijfels en het mag niet verbazen dat die tijdens zijn verblijf in de loopgraven worden aangewakkerd. De Vlaamse modder mocht je toen zonder overdrijving de hel op aarde noemen; Barry kan niet worden beticht van overdreven effectbejag, maar zijn weergave van de verschrikkingen aan het front gaan hier en daar het menselijke bevattingsvermogen te boven. Een van de meest aangrijpende scènes is wel die waarin de jonge kerels voor het eerst in aanraking komen met het gifgas van de Duitsers. Een grote slang van woelend geel naderde over de velden, zo beschrijft Willie Dunne het aanvankelijk: “In zekere zin een prachtig gezicht.” Maar als hij later de lijken mag gaan afvoeren, denkt hij er anders over: “Gruwelijke dromen hingen in hun gezicht alsof de wreedste nachtmerries hen in de greep hadden gekregen en zichtbaar waren gebleven, verstard in de ijzingwekkendste dood.” Willie Dunnie weet zich redelijk te handhaven in de ellende. Maar zoals gezegd: hij is geen held. Bij elk commando om de loopgraaf met het bajonet in de aanslag te verlaten, loopt de pis hem langs de benen naar beneden en eer hij bij de voorste linies is, heeft hij zijn maag al over zijn uniform leeg gekotst. Willie’s persoonlijke verhaal kent twee dimensies. Op de eerste plaats dat van zijn achtergebleven liefje. Blijft ze al die tijd op hem wachten? Heeft ze voldoende vertrouwen dat Willie haar trouw blijft, daarginder, waar het enige vertier voor een soldatenjongen het bezoek aan een bordeel is? En dan is daar de Ierse opstand. Tijdens een kort verlof in Dublin raakt Willie verdwaald in het schootsveld tussen de opstandelingen en het Engelse leger. Blijft Willie trouw aan de koning en aan zijn vader, of heeft hij begrip voor de rebellen? Barry heeft die twijfels en de confrontaties die er het gevolg van zijn uitstekend beschreven. Het decor van het boek is de loopgravenoorlog, maar voor de diepte van de roman worden we meegevoerd naar de zielenroerselen van een jonge Ierse soldaat. Natuurlijk is de oorlog oorzaak van het meeste verdriet. Maar zelfs in die hel blijken er, hoe klein ook, persoonlijke keuzes te maken zijn. Dat heeft Een lange, lange weg uitgetild boven dat van een ‘gewoon’ oorlogsboek. Gevat in een uitermate treffende en beeldende stijl – die bijzonder goed aansluit bij de eerlijke simpelheid van de jonge Willie, immers geen intellectueel, – is het een indrukwekkende roman geworden. Sebastian Barry, Een lange, lange weg, vertaald door Johannes Jonkers, Querido, 308 blz, € 19,95. (De Gelderlander, 15 juni 2006)
|
Een lange, lange weg Sebastian Barry
Fragment Sebastian Barry
|