Verhalen als straten en pleinen

 

Alessandro Baricco City

Door GEURT FRANZEN

Er is niet zoveel verschil tussen gek en geniaal, zegt de volksmond. In City van Alessandro Baricco is dat niet anders. De nieuwe roman van de Italiaan is een fictieve stad waarin de straten en wijken worden gevormd door verhalen die door gekken en genieën worden bedacht, waar hun eigen levensverhalen doorheen zijn geweven.

De lezer die zich in de literaire stad waagt, moet het echter zonder plattegrond stellen. Hij zal rondzwerven van de ene straat in de ander, in dwarsstraten belanden waarvan hij vaag het idee heeft dat hij er al eens is geweest, dan weer in nieuwe steegjes geraken, verweesd over pleinen dwalen en ten slotte belanden op de bovenste trans van de hoogste kerktoren, waar hem een uitzicht wacht dat een totaalblik op de stad onder hem biedt. Hij herkent de straten en stegen die hij bewandelde, de verhalen die ze zijn, worden één en het boek kan worden dichtgeslagen.

Een van de verhalenvertellers is het hoogbegaafde jongetje Gould. Zo intelligent dat zijn ouders geen raad met hem weten. De enige biotoop waarin hij zich thuis voelt, is die van de universiteit, tussen slimme, maar wereldvreemde professoren. En het meest op zijn gemak is hij tussen de vier muren van een toilet. Daar bedenkt hij zijn ultieme boksverhaal. Hij verzint er een wereld van zwaargewichten, boksmanagers, zinderende bokshallen en aan-één-stuk-doorratelende boksverslaggevers. Met dialogen die zo uit de catacomben van het bokspaleis lijken geplukt:

"- 'Ik wil de top bereiken, Maestro. Ik wil weten wat je ziet vanaf de top.'

Mondini schudde zijn hoofd.

- 'Niet veel soeps als je languit in de ring ligt met je ogen uit de kassen.'"

Goulds zelfverkozen eenzaamheid is een schijnbare. Want hij heeft twee goede vrienden: een grote kerel met enorme schoenen en een groene jas, Diesel genaamd, en zijn onafscheidelijke maatje, de kaalgeschoren Poomerang. Twee vreemde snuiters die er zo hun eigen normen en waarden op nahouden, maar daar heeft niemand last van, want Gould is de enige die ze kan zien.

Dan is daar nog Shatzy Shell (geen familie van die van de benzine), een jonge vrouw die het buiten de roman heel aardig zou doen in een psychiatrische inrichting. Ze kan het niet aanzien dat het jongetje Gould alleen woont en wordt zijn kindermeisje. Ook Shatzy 'werkt' aan een verhaal: een western bevolkt door revolverhelden, een rauwe rechter en twee zussen, de Dolphintweeling genoemd, berucht om hun genadeloze schot. In de onvermijdelijke saloon laat Shatzy dit verhaal de ronde doen: "Zij gaan op veertig passen van je af staan, jij gooit een spel kaarten in de lucht, zij schieten, jij raapt de kaarten van de grond op, en uiteindelijk heb je eenenvijftig normale kaarten in de hand en eentje met twee gaatjes erin. De hartenboer."

City is een vreemde roman. Er is geen stempel op te drukken. Geestige, absurdistische dialogen wisselen elkaar in snel tempo af en worden gevolgd door paginalange zinnen,  schreeuwende radiocommentaren en filosofische uitwijdingen, zoals een Essay over de intellectuele eerlijkheid, geschreven in een cabine van een pornobioscoop. Baricco laat een kakofonie van verhalen over je heen komen, waarin de ene gek niet onder doet voor het andere genie. Twee fragiele figuren, Gould en Shatzy, steken daar bovenuit en vragen om compassie van de lezer. Beiden leven in een eigen wereld en vragen om acceptatie van die vreemde, zelfverzonnen menagerie waarin ze, uit angst voor de echte wereld, verkeren. Baricco's intelligente en bij vlagen ontroerende roman is een warm pleidooi voor aanvaarding van de ander, zij het gek of genie.

 

Alessandro Baricco, City, Uitgeverij De Geus, 350 blz, f49,90.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Allesandro Baricco

 City


 

Allesandro Baricco