Laagjes pellen met Atwood

 

MARGARET ATWOOD  DE BLINDE HUURMOORDENAAR

 

Door GEURT FRANZEN

De blinde huurmoordenaar is een boek voor doorbijters. Het duurt even voordat het verhaal van Margaret Atwood (1939) je daadwerkelijk weet te boeien, voordat je een beetje in de gaten krijgt waar de Canadese schrijfster met je naartoe wil. Maar heb je je tanden eenmaal diep in het vlees gezet, dan word je voor je inspanningen beloond.

Met De blinde huurmoordenaar won Atwood dit jaar de Bookerprijs, dé prijs voor Engelstalige literatuur. Behalve dik is de roman vooral ingewikkeld. Dat komt door de gelaagdheid die de grand dame van de Canadese letteren heeft aangebracht. Het is een roman in een roman in een roman. En het mooie is – maar om dat te ervaren moet je dus flink doorzetten - dat die drie verhalen uiteindelijk heel knap samenvallen.  Wie De blinde huurmoordenaar heel academisch zou analyseren, ontdekt zelfs een vierde laag.

Waar het in De blinde huurmoordenaar in de eerste plaats om gaat is het levensverhaal van twee zusjes, dochters van een rijke industrieel. Dat leven speelt zich af in een stadje  in Canada in een periode die ongeveer samenvalt met de twintigste eeuw. De grote gebeurtenissen van die eeuw, de wereldoorlogen, de Spaanse burgeroorlog, de beurskrach maar ook de arbeidersemancipatie, zijn nadrukkelijk aanwezig. Het leven van beide meisjes wordt in narigheid gedompeld door de vroege dood van hun moeder, een vader die als een wrak uit de Vlaamse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog komt en een gedwongen huwelijk van de oudste dochter, om het familiebedrijf te redden.

Die vrouw, Iris Chase,  kijkt op 83-jarige leeftijd terug op haar leven. De lezer leest mee over haar schouder terwijl ze aan de keukentafel haar levensverhaal opschrijft. Dat verhaal is de rode draad, die steeds wordt doorbroken met passages uit de roman in de roman, die ook De blinde huurmoordenaar heet, en geschreven is door het jongere zusje, Laura. Om het nog ingewikkelder te maken worden in die passages fragmenten verteld uit een derde verhaal, een science-fictionachtige pulproman. En als klap op de vuurpijl strooit Atwood ook nog eens kwistig met krantenartikelen. Dat zijn verslagen van wederwaardigheden van de familie Chase; vaak roddel en achterklap, maar ook indringende gebeurtenissen. Zoals de dood van Laura, die in 1945, rijdend over een brug, moedwillig een ruk aan haar autostuur geeft en met auto en al verdwijnt in de diepte.

De blinde moordenaar is een knap geconstrueerde en vlot geschreven roman. Als je eenmaal gewend bent aan de wisselingen tussen de ene en de andere roman, leest het lekker weg. Maar zodra je de laatste bladzijde hebt omgeslagen, blijft er toch wat knagen. Hoe vreemd het ook klinkt, er ontbreekt diepte. En dat in een boek waar het stikt van de niveaus. Laag na laag moet worden afgepeld om tot de kern van de roman te geraken. Maar dan hebben we het alleen over vorm. De personages zijn wat dun van karakter, wat weinig uitgewerkt, eerder 'vlak' dan 'rijk'.  Zeker, het zijn wel degelijk wezens van vlees en bloed, maar over hun diepste verlangens, over het waarom van hun afwijkend gedrag, daarover wil je toch wat meer te weten komen. Misschien heeft Atwood  zich te veel aan de vorm gelegen laten liggen en daardoor haar personages wat verwaarloosd.

De ontknoping aan het eind, waar Atwood je heel vakkundig naartoe leidt, brengt wel wat aan de oppervlakte. Maar het gedrag van zusje Laura blijft toch vooral een vraagteken. Dat geldt evenzeer voor dat van de vertellende hoofdpersoon, Iris. Waarom laat zij zich zo gemakkelijk uithuwelijken, waarom bijt ze niet wat meer van zich af?

Margaret Atwood, De blinde huurmoordenaar, Bert Bakker, 500 blz

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Margaret Atwood 

 De blinde huurmoordenaar


Fragment 


 

Margaret Atwood