Vrolijke soldaat met gruwelijke dromen

Viktor Astafjev - De vrolijke soldaat

Door GEURT FRANZEN

Wie terugkeert van het front heeft zelden vrolijke verhalen. Dat geldt ook voor Viktor Astafjev, ook al noemt hij de autobiografische roman waarin hij verslag doet van zijn terugkeer uit de loopgraven De vrolijke soldaat. Geen vrolijke verhalen, maar zó opgeschreven, in een amusante, nonchalante stijl met een licht ironische toets, dat de bittere belevenissen van de Russische soldaat worden verlicht met een zweem van zoet.

Viktor Astafjev (1924-2001) wordt wel gezien als de literaire stem van Siberië, zijn geboortegrond. Hij is een van de bekendste Russische schrijvers uit de dooi-periode die na de dood van Stalin intrad. De droevige detective, De keizervis  en De beschermengel zijn enkele van zijn bekendste werken die ook in Nederland zijn uitgebracht. Zijn werken spelen zich hoofdzakelijk af op het Russische platteland en daarom wordt hij wel ingedeeld bij de stroming der dorpsschrijvers, een wat traditioneel ingestelde, soms nationalistische literaire beweging.

De vrolijke soldaat is Astafjev zelf. De schrijver vertelt in romanvorm hoe hij de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog, als frontsoldaat, beleeft en over de eerste jaren na de oorlog, hoe hij samen met zijn jonge vrouw in het communistische Rusland aan een toekomst probeert te bouwen. Aan het eind van de oorlog raakt hij gewond en wordt hij samen met lotgenoten van het ene krakkemikkige hospitaal naar het andere vervoert. Het gesjouw met de zwaargewonde soldaten door Polen, de ontberingen die de toch al gekwelde jongens moeten doorstaan, zijn eigenlijk met geen pen te beschrijven. Verpleging is er nauwelijks, de gewonden liggen op stro op de grond in leegstaande schoollokaaltjes en de medische hulpmiddelen die de paar artsen ten dienste staan zijn 'eigen stook' om te verdoven en de zaag om gekwetste ledematen te amputeren. Maar Astafjev, gewond aan een arm en een oog, blijkt een eeuwige optimist die zich in alle ellende toch graag richt op het positieve: "De mens moet toch af en toe een feestdag hebben, of in ieder geval een adempauze, of wellicht nog eerder een verandering, een scherpe wending naar betere tijden, naar hoop, want we leven allemaal onder één rood zonnetje, 'op Gods dauw', zei mijn grootmoeder altijd (…)".

Hoe vrolijk de soldaat ook is, er is één kwestie die een niet weg te vlakken smet blijkt. De roman begint ermee, met deze bekentenis: "Op 14 september 1944 heb ik een mens gedood." Weliswaar was dat op het slagveld en was de gedode een Duitse soldaat, toch laat het Astafjev nooit meer los. Steeds opnieuw ziet hij hoe hij zijn geweer richt op de soldaat, steeds herbeleeft hij hoe hij zelf in een aardappelveld de dode begraaft.

Soms zijn Astafjevs herinneringen wat langdradig, zijn uitweidingen over het landschap wat al te gedetailleerd en zijn aanroepingen van de Schepper wat al te pathetisch. Van de andere kant, de beeldspraak waarmee hij landschap en decor inkleurt, is origineel en treffend: "(…) een jagershut kijkt met één oog uit het bos". Vilein is de schrijver in zijn kritiek op het sovjetsysteem. Hij spreekt over obscene sovjetarbeiderstaal die de lege Siberische verten bezoedelt en steekt de draak met de extra roebels die hij krijgt als hij in de krant de 'sovjetwerkelijkheid' in lyrische tonen beschrijft.

De ontberingen van de vrolijke soldaat in het tweede deel van de roman zijn van een andere orde, maar hij is er evenmin om te benijden. Astafjev en zijn kersverse echtgenote vinden na de oorlog onderdak bij haar ouders. Het is een piepklein huisje waarin al de nodige familieleden wonen. Er is nauwelijks werk, er is bijna geen eten, er is één koe wier melk het enige verse product is voor het grote gezin. Maar opnieuw schikt Astafjev zich in zijn lot en beschrijft hij op laconieke wijze hoe de ene dag vol ellende de andere opvolgt. Aan het eind van de roman lezen we dat Astafjev uiteindelijk voor de afzondering heeft gekozen. De bedwelmende zoetheid van de eenzaamheid, zo noemt hij het. "Alleen met herinneringen leven, en lange trage dromen hebben, bijna zonder gruwelen." Bijna. Want nog altijd ziet hij hoe hij op 14 september 1944 in een Pools aardappelveld de trekker van zijn karabijn overhaalt.

Viktor Astafjev, De vrolijke soldaat, Meulenhoff, 270 blz

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Viktor Astafjev

De vrolijke soldaat 


Fragment