Het leven van de doden

 

kevin brockmeier de kleine geschiedenis van de doden

 

Door GEURT FRANZEN

Geen prettiger romanfiguur dan een dood personage. Een schrijver kan er alle kanten mee op en niemand die hem op de vingers tikt want wat er aan gene zijde is, weet geen mens. Er verschenen al mooie romans waarin dode personages levendige rollen speelden (zoals De teerling is geworpen van Jean-Paul Sartre) en aan het genre is nu een uitmuntend boek toegevoegd. De kleine geschiedenis van de doden is geschreven door de Amerikaan Kevin Brockmeier. Een unieke, aangrijpende roman over de tussenwereld, een verondersteld schemergebied tussen de fysieke dood en het onbekende gat waarin alles uiteindelijk verdwijnt.

De kleine geschiedenis van de doden speelt in de toekomst. Niet eens zo ver van het heden vandaan: een decennia of twee, drie in het vooruit. De toekomstige wereld die Brockmeier beschrijft, lijkt in veel op de huidige. Maar of het een betere is? Coca cola is de machtigste organisatie van de wereld, agenten controleren op straat of je chemische wapens in je tas heb, het gat in de ozonlaag heeft immense proporties aangenomen en de walvis is, net als vele andere soorten, uitgestorven.   

Wie sterft, komt aan in een stad. Elke dode die op aarde nog iemand heeft die zich hem of haar herinnert, belandt er. Hij kan er zestig jaar wonen, maar ook slechts een paar dagen. Want als degene die je herinnert zelf sterft, verdwijn jíj, met onbekende bestemming. Brockmeier stelt een stuk of wat aparte, maar niet onaardige figuren voor. Een blinde man die zonder blindenstok van huizenblok naar huizenblok schuifelt, omdat die stok hem in zijn jeugd is afgepakt door een stelletje snotjongens. Een voormalige journalist die zich dagelijks uitleeft op een stencilapparaat en het product van zijn draaierij, een heuse krant, op straat luidkeels aan de man brengt. En Minny Rings, een vrouw die niet alleen kan zijn.

Ineens wordt het stil in de stad. In een paar dagen tijd verdwijnt zo’n beetje de hele bevolking van het tussenrijk. De enkele dode die zich als nieuweling meldt, komt met het verschrikkelijke verhaal: op aarde raast een allesverwoestende pandemie. Een virus, oogbrand genoemd, verspreidt zich razendsnel en geen mens kan zich eraan onttrekken.

Ondertussen richt de schrijver de blik op het zuidelijkste en koudste stukje van de aarde: Antarctica. Daar ligt een jonge vrouw, Laura Byrds genaamd, in een tentje te blauwbekken. De biologe is samen met enkele andere wetenschappers door haar werkgever, Coca Cola, naar de pool gestuurd om te onderzoeken of er schoon water kan worden gevonden voor de productie van het bruine vocht dat zo’n beetje dé drank van de wereld is geworden. Haar collega’s hebben haar echter alleen achtergelaten; ze zijn op weg naar het basiskamp om nieuwe communicatieapparatuur te halen. Want de oude werkt niet meer. Of zou het zo kunnen zijn dat er aan de andere kant van de radio niemand meer is die de oproepen van het trio kan beantwoorden?

Brockmeier slaagt er in, met behulp van een verbazingwekkende kennis van de omstandigheden aan de zuidpool, een zo natuurgetrouw beeld te schetsen. Het is ongelooflijk spannend allemaal: zal Laura, die op een gegeven moment besluit haar collega’s achterna te gaan, er op haar eentje in slagen het basiskamp te bereiken? Weet zij de kou van veertig graden onder nul en de sneeuwstormen te weerstaan? En hoe vergaat het ondertussen onze vrienden in de dodenstad? Waarom zijn die enkele honderden doden uitverkoren om nog een tijdje in het tussenrijk te verblijven en wat is hun relatie met de biologe op Antarctica? En wat heeft Coca Cola met het dodelijke virus te maken?

Het zijn niet alleen de spanning en de magische, trefzekere taal die De kleine geschiedenis van de doden tot zo’n indrukwekkende roman maken. Brockmeier’s kritiek op de maatschappij, op de roofbouw die de mens op de aarde pleegt, is subtiel en nergens storend, maar je kunt er niet omheen. Zoals ook de passages waarin zijn personages filosoferen over lichaam en ziel deze roman van een extra laag voorzien. De beste conclusie die je kunt trekken is deze: maak bij leven zoveel mogelijk vrienden. Hoe meer er je herinneren, hoe langer je een na-leven zij gegund.

Kevin Brockmeier, De kleine geschiedenis van de doden, vertaling Nicolette Hoekmeijer, Anthos, 293 blz, € 19,95.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Kevin Brockmeier

De kleine geschiedenis van de doden


Fragment 


Kevin Brockmeier