Boudou’s Zapland is niet scherp genoeg

 

khalid boudou de president

 

Door GEURT FRANZEN

Khalid Boudou’s  tweede roman, De president, is een sympathieke poging tot parodie. Met de nadruk op poging, want het is niet helemaal gelukt. Met zijn vrolijke debuut, Het Schnitzelparadijs, dat het dit jaar als film heel goed deed in de bioscoop, liet de Tielse schrijver zien dat hij een frisse kijk heeft op zijn omgeving en die met vaart en veel expressie weet te beschrijven. Maar in De President slaat hij door in de overdrijving.

Overdrijving maakt van elk object een karikatuur en daar is niets mis mee. Maar als je een heel land, een hele samenleving en een compleet politiek systeem op de hak wilt nemen – en laten we wel wezen: voor een beetje hofnar vormt het huidige Nederland een aantrekkelijk onderwerp – moet je meer kunnen dan overdrijven. Subtiliteit en intelligente fijnzinnigheid zijn van belang, naast een ijzersterke compositie.

Boudou’s roman is het tegenovergestelde van subtiel. Zijn satire is grof geweven: hij  blijft steken in flauwe woordgrapjes (het uitzendcentrum Ter Apel heet bij hem Ter Aken), laat een kamerlid met een witte haardos figureren (wie zou dat nu zijn?) en strooit scheutig met goedkope one liners: “U heeft overal kritiek op. U lijkt wel een schrijver.”

De president is het verhaal van de opkomst en ondergang van een volkspresident in een land dat als twee druppels water lijkt op Nederland. Maar het is Nederland niet want Boudou laat ons land uitdrukkelijk bestaan naast Zapland, zoals hij zijn imaginaire staat heeft genoemd. Ergens tussen Denemarken en België ligt dit land verscholen. Behalve een koningshuis heeft het alles wat het huidige Nederland kenmerkt: een politiek systeem zonder burgerfundament, een probleem met illegalen en buitenlanders en een gebrek aan sociale samenhang. Zo’n samenleving smacht naar een populist als regeringsleider en dat krijgt het dus ook. Joesoef Ha, een voormalige illegaal die al vanaf zijn negende wordt aangesproken met ‘de president’ en carrière heeft gemaakt tussen de heuvelrijen van het aspergeveld, wint zomaar de verkiezingen. Met zijn voormalige collega’s vormt hij een regering van leeghoofden en onbenullen en het belangrijkste doel is zolang mogelijk in het zadel blijven. Dat lukt heel aardig: Joesoef weet parlement, journaille en zijn volk met goedkope clichés en quasi diepzinnige vergelijkingen heel lang tevreden te stellen.

Uiteindelijk trapt ook deze aardige, vriendelijke, goed uitziende president die het met iedereen goed voor heeft in de val van de macht. Het heeft er alles van weg dat dit Boudou’s  boodschap is: macht corrumpeert. Wie ervan snoept, weet van geen ophouden en verslikt zich deerlijk.

Een sleetse boodschap helaas en niet bijster goed uitgewerkt. Zo’n thema knalt er pas uit als alle motieven en handelingen daar naartoe werken en de compositie oersterk is. De structuur rammelt echter. De plotselinge opkomst van de aspergesteker als politiek redder van het vaderland blijft in nevelen gehuld (de voorgewende persoonswisseling wordt niet uitgewerkt) en de verteller die de lezer toespreekt krijgt een veel te dominante rol toebedeeld. Uiteindelijk blijkt de president een doodgewone vakkenvuller. Niet langzaam geworden, maar van begin af aan geweest

Valt er nog iets te lachen in De president? Ja, een keer of twee hardop en een enkele keer glim. En het boek heeft verduiveld veel vaart en expressie. Maar dat is onvoldoende. Boudou maakt zijn belofte van auteur van scherpzinnige, intelligente komedies met deze roman niet waar. Nederland-anno-nu heeft recht op een scherpere parodie.

Khalid Boudou, De president, Rotschild & Bach, 252 blz, € 17,50.

 

 

 

 

 

 

 


Khalid Boudou

 De president