Nalatige weduwe wordt Boxmeer uitgezet

De weduwe M. Jaspers uit Boxmeer staat op 10 januari 1716 terecht voor de schepenbank van de Vrijheerlijkheid Boxmeer. We weten het dankzij een document dat bewaard is gebleven in het Brabants Historisch informatie Centrum (BHIC) te Den Bosch (zie foto). De schepenen, de plaatselijke rechtbank, moeten een besluit nemen over een gevoelige kwestie. Voor hen staat een vrouw die kortgeleden haar twee enige kinderen heeft verloren. Hoe verdrietig dat ook is, toch moet de vrouw verantwoording afleggen in een strafzaak en moeten de schepenen een oordeel over haar vellen. De dood van haar twee zoontjes kan haar namelijk worden aangerekend, zo meent de gerechtsambtenaar die de zaak bij de schepenen aanhangig heeft gemaakt.

Wat is er gebeurd? De vrouw woonde met haar kinderen in enkele kamers in een pand dat bekendstaat als ‘de Ster’. Dat huis staat bij de kerk, naast het kerkhof, aan de Steenstraat, die in de achttiende eeuw nog Keistraat heette. Op de avond van 22 december 1715 is ‘de Ster’ het decor van een drama. De weduwe had haar zoontjes in de slaapkamer in een ledikant toegestopt. Omdat het zo koud was, had ze een baksteen heet laten worden in het haardvuur en die steen bij de kinderen in het bed gelegd. Zodat de hitte van de steen de kindervoetjes warm zou houden.

Later die avond had de moeder ineens ontdekt dat er rook uit de slaapkamer kwam. Er was brand, de kamer stond in lichterlaaie. En de deur kreeg ze niet geopend, zo vertelde ze tegen haar rechters. Ze was er niet in geslaagd die tijdig open te kunnen breken en had machteloos moeten toezien hoe het vuur bezitnam van de kamer. Was de brand ontstaan door de hete baksteen? Dat leek de schepenen wel waarschijnlijk. 

Ze komen tot het volgende oordeel. Dat er kwade opzet in het spel was, willen ze niet geloven. De brand is vast een ongeluk geweest. Maar de moeder is wél nalatig geweest, vinden zij. Daarom wordt ze voor de keuze gesteld. Ofwel ze vertrekt binnen veertien dagen uit Boxmeer, om er nooit meer terug te keren, ofwel ze laat zich dertig dagen opsluiten in een cel, op water en brood. 

De weduwe kiest voor het eerste. Ze stemt er mee in vrijwillig Boxmeer te verlaten. En ze realiseert zich dat ze, mocht ze ooit terugkomen zonder toestemming van de drost, alsnog de straf zal moeten ondergaan: dertig dagen in het gevang, op water en brood.

Wellicht speelt in het vrij strenge oordeel van de schepenbank mee dat de weduwe niet zo’n heel beste naam heeft in het dorp. Want is het niet zo dat ze vier jaar eerder, in de winter van 1711/1712, een heel slechte beurt heeft gemaakt? Enkele welgestelden hadden medelijden met de armlastige weduwe en hadden haar wat turf cadeau gedaan. Daarmee kon ze de haard brandend houden en zouden zij en haar kinderen niet van de kou omkomen.

Maar de weduwe had een beter idee gehad, zo vertelde ze aan de bezoekers van de herberg aan het Zand waar ze op een winteravond het ene glas bier na het andere aan de mond had gezet. Ze had helemaal geen turf nodig gehad. Er was nog genoeg brandstof in het schuurtje. Dat ze die turf mooi had doorverkocht… Proost!

Dit is aflevering 55 van de historische rubriek Sprekend Verleden die elke maandag in de editie Maasland van De Gelderlander verschijnt. Daarin gaat Geurt Franzen op zoek naar het verhaal achter voorwerpen en documenten die zijn overgeleverd uit de rijke geschiedenis van Oost-Brabant en Noord-Limburg.

BIJSCHRIFT:

Het document waarin staat dat de schepenen van Boxmeer de weduwe Jaspers verbannen. Foto: Geurt Franzen