Sambeek onmisbaar voor contact met Indië

In het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) te Den Bosch bewaren ze een merkwaardige foto. Op een overigens verlaten terrein wijzen lange masten omhoog. Enkele houten keten daarnaast. Het is een zeldzame foto die bewijst dat de heide van Sambeek ooit het middelpunt was van de verbinding tussen Nederland en de kolonie Nederlands-Indië. In Sambeek stond, tussen 1919 en 1924, het ontvangststation voor de telegrammen. Slechts vijf jaar heeft de, voor die tijd ingewikkelde en opvallende installatie, op de Sambeekse heide gestaan. Het station voldeed prima, maar de afhandeling van de ontvangen telegrammen ging te traag waardoor in 1924 een ander station in gebruik werd genomen, dat dichter bij Amsterdam lag en een rechtstreekse draadverbinding met de hoofdstad had.

De ruim 60 meter hoge, houten masten, zeven in totaal, werden afgebroken. De houten keten waarin het personeel van het ontvangststation woonde, hebben er nog wel een aantal jaren gestaan. Nu herinneren alleen nog de namen Radioweg en Radioplas aan de belangrijke functie die Sambeek ooit vervulde.

Een goede telegrafische verbinding met Indië was in die jaren van groot belang. Aanvankelijk ging het telegramverkeer via een kabel over de zeebodem die samen met de Duitsers was gelegd en werd geëxploiteerd door de Deutsch-Niederländische Telegraphen Gesellschaft. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte de kabel ernstig beschadigd. Vanaf dat moment was Nederland afhankelijk van een Engelse kabel. De Britten, in oorlog met de Duitsers, pleegden censuur op de berichten en dat vond Den Haag een ongewenste situatie. 

In Nederlands-Indïe werd inmiddels flink gepionierd met draadloze telegrafie door een Nederlandse ingenieur, Cornelius de Groot. Die bouwde op de berg Malabar een zendstation. Toen daar, meer per ongeluk dan expres, signalen uit Berlijn werden opgevangen, realiseerde De Groot zich dat een draadloze verbinding met Nederland ook mogelijk moest zijn.

Het had nog heel wat voeten in de aarde en er moesten miljoenen geïnvesteerd worden, maar in 1918 werd besloten tot de aanleg van een zendstation en een ontvangststation. Zenden ging gebeuren vanuit Kootwijk op de Veluwe. Ontvangen moest op een andere plek omdat de twee installaties elkaar zouden storen en er dan niet tegelijk gezonden en ontvangen kon worden. Er moest een plek worden gevonden in Nederland, minstens 30 km van Kootwijk vandaan, maar wel in een rechte lijn met het station in Nederlands-Indië. De speld die de ingenieurs, na gegoochel met passer en liniaal, op de landkaart zette, kwam terecht op de Sambeekse heide. Achterafgelegen, met weinig kans op storingen. Maar zó achteraf, een uur gaans van het dorp Sambeek, dat het personeel het nodige moest ontberen. Er was in het begin zelfs geen water op de hei. 

Vervelender was, dat de ontvangen telegrammen, vanaf het begin was de ontvangst uitstekend, niet snel naar het middelpunt van economie, handel en overheid gestuurd konden worden. Daarom werd het station na vijf jaar afgebroken en nam een station in Meyendel, bij Wassenaar, het over. 

Bij de foto: Rijks-radio-ontvangststation te Sambeek. Foto: Brabants Historisch Informatie Centrum

Dit is aflevering 50 van de historische rubriek Sprekend Verleden die elke maandag in de editie Maasland van De Gelderlander verschijnt. Daarin gaat Geurt Franzen op zoek naar het verhaal achter voorwerpen en documenten die zijn overgeleverd uit de rijke geschiedenis van Oost-Brabant en Noord-Limburg.