Knarrenhof

Ik ben blij dat er een hondenspeelplek komt op de plek waar Gennepenaren een hofje wilden bouwen. Al was het een vuilnisbelt geworden. Of de werkplek van een asbestverwijderaar. Van mijn part een tippelzone. Alles beter dan een Knarrenhof!
Wie dat woord verzonnen heeft, moet op transport. Verbannen naar Nova Zembla om daar ijsberen te voeren die vanwege het smeltende ijs hun normale kostje niet meer kunnen vinden. Knarrenhof? Misschien is de naam geschikt om te prijken op het varkenskot van een kinderboerderij. De letters met een soldeerbout in een plankje gebrand. Maar lieve Gennepenaren, je kiest zo’n naam toch niet voor een wijkje waarin ménsen moeten wonen?
Genoeg over die naam. Ik zweer dat ik hem nooit meer in dit hoekje zal gebruiken. Maar dan dat hofje. Wat moet dat eigenlijk worden? Ik citeer de krant van maandag: ‘Een hofje waar je de buren kent en waar je mooi oud kunt worden.’
Je buren kennen, da’s best handig. Ik loop bij hen de deur niet plat, maar ik weet dat hun deur openstaat als ik een probleem heb en dat is wederzijds. Zocht past een onmogelijk stuk gereedschap voor een onmogelijke bout en dankzij Jan-de-buurman-die-alles-kan kreeg ik de bout los. Of vast, weet ik al niet meer. Dat kan dus best in een doorlopende straat, hoef je niet voor in een hofje te wonen.
Mooi oud worden, da’s andere koek. Da’s een contradictio in terminis. Kijk maar in de spiegel, beste senior: het mooie is er toch echt van af.
Ik snap best dat ouderen gelijkvloers willen wonen. Al die trappen en drempels… Maar om bij mekaar op de lip te gaan zitten. Je af te sluiten van de bruisende wereld en om vijf uur de gordijnen dicht en Omroep Max aan… niet doen knarren. Lééf!

Geurt Franzen schrijft tweemaal per week (woensdag en zaterdag) de column Dwarskijker voor de editie Maasland van De Gelderlander