Avé

Toch nog even over de Romeinen. Ik benijd ze niet, de bestuurders die moeten besluiten hoe het Cuijks-Romeinse verhaal verteld moet worden. En hoeveel denarii, om eens een oude munt te noemen, dat verhaal mag kosten.
Ik heb dat mooi vormgegeven rapport gelezen van dat Cuijkse bureau dat zo goed is in vormgeven. Waarin drie scenario’s staan waaruit de Cuijkse gemeenteraad mag kiezen. Van goedkoop tot nogal duur.
Het Romeinse verleden van Cuijk wórdt al op verschillende manieren voor het voetlicht gebracht. Maar dat vindt het Cuijkse creatieve communicatiebureau verre van modern. Zelfs oubollig, zo lees je tussen de regels door. Het bureau schrijft dat het Romeinse verleden nu wordt ‘verkwanseld’. Poeh. Best een zwaar woord. Dat een dwarskijker als ik reserveer voor bestuurders die er een potje van hebben gemaakt. Nooit voor vrijwilligers. Want dat zijn, hè. Vrijwilligers met verstand van zaken die in die oude museumtoren iets hebben gerealiseerd waar duurbetaalde krachten hooguit na betaling van heel veel zilverstukken, en na het uitbrengen van vuistdikke, glimmende rapporten, een schraal aftreksel van zouden hebben gemaakt.
Het creatieve bureau doet ook geringschattend over de fietsroute die langs de voormalige Romeinse heerweg is uitgezet. De Via Valentiniana. Over die naam kun je van alles vinden. Maar om bij je kritiek een foto te zetten van een vervaagd logo op het wegdek is al te goedkoop. Mij dunkt dat routemakers geen groter compliment kunnen krijgen dan een uitgesleten fietspad.
Ik benijd ze dus niet, de Cuijkse senatoren. Ik zou wel met beide benen op de grond blijven staan. Want Ceuclum was geen Noviomagus (Nijmegen) en Kuuk wordt nooit Nimwège.

Foto: Uit de vitrine van Museum Ceuclum te Cuijk. Foto: Geurt Franzen
Geurt Franzen schrijft tweemaal per week (woensdag en zaterdag) de column Dwarskijker voor de editie Maasland van De Gelderlander