Pissebedden

Geen zebrapad in de kleuren van de regenboog. Geen regenboogvlag aan de masten bij het gemeentehuis. Geen regenboogtompoezen in de etalage van Boxmeerse bakkers. Boxmeer wordt geen regenbooggemeente, zo hebben burgemeester en wethouders besloten.
Weet niet of u het hebt meegekregen, maar door je regenbooggemeente te noemen geef je een positief signaal af. Dat in jouw gemeente de seksuele geaardheid van iemand er niet toedoet. Dat iedereen écht gelijk wordt behandeld.
Het argument dat Boxmeer gebruikt, klinkt logisch: ‘Wij willen íedereen met respect behandelen, geaardheid mag geen issue zijn.’ Ja hallo. Staat gewoon in de Grondwet dat iedereen gelijk behandeld moet worden. Maar geaardheid ís een issue.
Aan de andere kant van de glazen pui van het Boxmeerse gemeentehuis bevindt zich de Nederlandse samenleving. Uiterst tolerant. Behalve dat zeven van de tien ‘anders geaarden’ weleens worden bespuugd, uitgescholden of geslagen als ze voor dat ‘anders zijn’ uitkomen. Gevolg: homo’s en lesbiennes lopen niet hand in hand. Ook niet door de Steenstraat.
Alleen BN’ers mogen homo zijn. Omdat je er om kunt lachen.
De angst om een statement te maken, heeft B en W tot een merkwaardig argument verleid: ‘De regenboog legt extra aandacht op de doelgroep en dat heeft een negatief effect.’
Huh? Wat voor effect dan? Dat homo’s in Boxmeer ineens wél in elkaar worden geslagen? Omdat een wapperende regenboogvlag de homohaters ineens als pissebedden tevoorschijn doet schieten, alsof je een trottoirtegel omdraait?
Dus dat is het officiële beleid: laat het trottoir met rust. Zolang je de pissebedden niet ziet, zijn ze er ook niet.
Hoe leg ik dat mijn dochter uit. En haar vriendin.

Geurt Franzen schrijft tweemaal per week (woensdag en zaterdag) de column Dwarskijker voor de editie Maasland van De Gelderlander