Pronkstuk

Weer zo’n top idee uit Sambeek: de verkiezing van Het Pronkstuk van het dorp. Wat nog niet zo eenvoudig is. Het dorp heeft immers zoveel meer dan alleen de Knoeper, die overmaatse, sinds de oorlog enigszins verweesde kerktoren.
Jammer dat alleen inwoners van Sambeek een stem hebben in de verkiezing. Ik zou ook wel een stem willen uitbrengen. Maar ik vrees dat het feit dat mijn moeder er vandaan komt, net als haar vader, grootvader en overgrootvader, niet voldoende is om een geldig stemformuliertje te bemachtigen. Sambekenaar zijn is iets anders dan je Sambekenaar voelen.
Ook jammer dat er niet op de natuur gestemd mag worden. Ik snap dat de organisatie wil voorkomen dat de Maasheggen opnieuw in het zonnetje worden gezet. Dat de heggen niet alleen in Sambeek liggen, zou ook afbreuk doen aan Het Pronkstuk. Toch zou ik ervoor willen pleiten één uitzondering te maken: de lindeboom. Als dat geen pronkstuk is? Met zijn stamomtrek van 7,97 meter de dikste linde van het land en met een geschatte ouderdom van tussen de 350 en 500 jaar ook de oudste. Door mensenhand gepoot en, met de standenmaatschappij van vroeger als voorbeeld, door de hand van nijvere Sambeekse boeren in etages gesnoeid, in tijden van nood bewaterd en bemest en toen ie dreigde om te vallen met ijzeren staven verstevigd. Noem de boom gerust natuur, voor mij is ie tot in het puntje van zijn takken cultuur geworden. Moet je toch op kunnen stemmen?
Afijn, het zal de toren wel worden. Zo’n fallus in het vlakke landschap, in al zijn mannelijkheid lonkend naar de rivier die daar zo verleidelijk kronkelend aan Sambeek voorbijgaat, dat is een pronkstuk om jaloers op te zijn. Zelfs voor halve Sambekenaren.

Geurt Franzen schrijft tweemaal per week (woensdag en zaterdag) de column Dwarskijker voor de editie Maasland van De Gelderlander